Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2014

Onder 19. Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2014, ECLI:NL:PHR:2014:1639.

De appelrechter dient waar het moet oordelen over de vraag of bewijs is geleverd, deze vraag zelfstandig te beoordelen. Hij kan zich aansluiten bij het oordeel van de rechter in eerste aanleg omtrent het getuigenbewijs maar hij kan ook tot een ander bewijsoordeel komen. Is het laatste het geval, zal van de appelrechter mogen worden verwacht dat hij motiveert waarom hij tot een afwijkend oordeel komt, waarbij geldt dat de motivering in elk geval van dien aard moet zijn dat de rechter daarmee voldoende inzicht geeft in de gedachtegang die ertoe heeft geleid dat hij tot een ander oordeel komt dan de eerste rechter. Zie HR 14 november 2003, ECLI:NL:HR:2003:AK4841, NJ 2005/269, m.nt. W.D.H. Asser onder NJ 2005/270 en voorts de conclusie van A-G Strikwerda voor HR 5 maart 2010, ECLI:NL:HR:2010:BK9172, RvdW 2010/385 (art. 81 RO). Zie verder Asser Procesrecht/Bakels, Hammerstein & Wesseling-van Gent 4 2012/217.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/184db3ec869ab7b10ea019c3fc93ae102b5ee10169965e3c1d42bb9c37b81bcb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 184db3ec869ab7b10ea019c3fc93ae102b5ee10169965e3c1d42bb9c37b81bcb, en de alinea staat in dat document op bytes 44138 tot 45072.