Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2014
Onder 3.8 Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2014
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2014, ECLI:NL:PHR:2014:1641.
Uit de omstandigheden van het onderhavige geval, meer in het bijzonder voormelde vaststaande feiten, leidt het hof af dat Allianz al in 1997 of 1998 bekend was met het feit GS tekort was geschoten in de nakoming van de agentuurovereenkomst, waardoor Allianz schade leed, onder meer bestaande uit niet door GS aan haar afgedragen premies, en dat [verweerder] de bestuurder was die dat handelen had bewerkstelligd; reeds toen had zij voldoende zekerheid verkregen dat de schade (mede) was veroorzaakt door foutief handelen van [verweerder] (dat gold in ieder geval vanaf de ontvangst van het rapport van Deloitte & Touche van 19 oktober 1998). Allianz was, blijkens de door haar jegens [verweerder] geëntameerde kort geding- en bodemprocedure, in die tijd ook daadwerkelijk in staat een rechtsvordering tot vergoeding van schade in te stellen. Dat die procedures niet tot een veroordeling hebben geleid (wat betreft de in een bodemprocedure ingestelde vordering: vanwege het feit dat door partijen na conclusie van antwoord van [verweerder] niet hebben voortgeprocedeerd; Allianz heeft daar klaarblijkelijk niet om gevraagd) doet daar niet aan af. Dat in 1997/1998 nog niet (in rechte dan wel in een arbitrale procedure) was vastgesteld dat GS was tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst, betekent niet dat Allianz destijds niet bekend was met de schadetoebrengende feiten noch dat zij [verweerder] nog niet aansprakelijk kon stellen (en/of haar aanspraken op [verweerder] kon stuiten). Anders dan Allianz meent, is hier geen sprake van een afgeleide aansprakelijkheid in die zin dat zij pas schade leed en/of [verweerder] pas aansprakelijk kon houden nadat het tekortschieten van GS definitief was vastgesteld. Het hof verwerpt dan ook de stelling van Allianz dat zij eerst (met voldoende zekerheid) bekend werd met het feit dat de schade (mede) was veroorzaakt door onrechtmatig handelen van [verweerder], nadat de arbiters in 2009 hadden geoordeeld dat GS aan Allianz een bedrag van € 2.714.798,- vermeerderd met rente, verschuldigd was en duidelijk werd dat GS dit bedrag niet betaalde. Voor die stelling van Allianz valt ook geen steun te vinden in het door haar (en de rechtbank) aangehaalde arrest van de Hoge Raad van 9 juli 2010 (LJN: BM1688). Integendeel, in dat arrest is uitgemaakt dat de bestuurders reeds vanaf het moment dat zij door de curator van hun failliete vennootschap op grond van bestuurdersaansprakelijkheid in rechte werden betrokken daadwerkelijk bekend waren met de feiten waaruit de schade voor hen voortvloeit, ook al was toen nog onzeker of de rechter de vordering van de curator zou toewijzen en of als gevolg daarvan de schade voor de bestuurders zou ontstaan; reeds op dat moment ving de verjaringstermijn van de rechtsvordering van de bestuurders tegen hun accountant, die had geadviseerd tot het nemen van het kennelijk onbehoorlijk bestuur opleverende besluit, aan. Ook het arrest van de Hoge Raad van 6 april 2012 (LJN: BU3784) kan niet tot een ander oordeel leiden, nu het in die zaak, anders dan in de onderhavige, ging om een regresvordering van een schuldenaar op een hoofdelijke medeschuldenaar.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1c8e181d1535f2511a4a71c15fdb087c91e05379b2c8a8f57cf41dca6f749b9f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1c8e181d1535f2511a4a71c15fdb087c91e05379b2c8a8f57cf41dca6f749b9f, en de alinea staat in dat document op bytes 21791 tot 24958.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1c8e181d1535f2511a4a71c15fdb087c91e05379b2c8a8f57cf41dca6f749b9f | shasum -a 256