Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2014
Onder 19. Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2014
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2014, ECLI:NL:PHR:2014:1641.
Het onderdeel klaagt dat het hof met deze overweging heeft miskend dat de stuitende werking van het instellen van een eis blijkens art. 3:319 lid 1 en 3:316 lid 2 BW doorloopt tot het einde van de procedure en dat een doorhaling op de rol die procedure niet beëindigt, de verjaring voor onbepaalde tijd schorst, in beginsel dus tot het oneindige. Het onderdeel betoogt dat het hof heeft miskend dat art. 3:316 lid 2 BW en met name de in die bepaling voorkomende zinsnede dat een ingestelde eis ‘niet tot toewijzing’ leidt, ziet op het geval waarin de desbetreffende procedure eindigt zonder dat de ingestelde eis wordt toegewezen. Daarvan is in het onderhavige geval geen sprake. De in 1998 jegens [verweerder] en zijn beheersmaatschappij geëntameerde bodemprocedure is niet geëindigd, nu in die bodemprocedure geen (tussen)vonnis is gewezen (zoals het hof in rov. 3.7 met juistheid overweegt) en de enkele doorhaling van die procedure op de rol geen rechtsgevolgen heeft. In dit verband verwijst het onderdeel naar onderdeel 2b.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1c8e181d1535f2511a4a71c15fdb087c91e05379b2c8a8f57cf41dca6f749b9f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1c8e181d1535f2511a4a71c15fdb087c91e05379b2c8a8f57cf41dca6f749b9f, en de alinea staat in dat document op bytes 57885 tot 58936.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1c8e181d1535f2511a4a71c15fdb087c91e05379b2c8a8f57cf41dca6f749b9f | shasum -a 256