Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2014

Onder 22. Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2014, ECLI:NL:PHR:2014:1641.

Het onderdeel klaagt dat het hof met deze overweging heeft miskend dat de stuitende werking van de in de eerdere bodemprocedure ingestelde eis voortvloeit uit het wettelijk systeem, meer in het bijzonder het feit dat aan het instellen van een eis ingevolge art. 3:316 lid 1 BW stuitende werking toekomt zolang die procedure niet is geëindigd en dat aan de enkele doorhaling van een zaak ter rolle op grond van art. 246 lid 2 Rv geen rechtsgevolgen verbonden zijn en die enkele doorhaling dus niet tot het einde van de procedure leidt. Voor zover het hof dit niet heeft miskend, heeft het hof zijn oordeel onvoldoende gemotiveerd. Zonder nadere toelichting, die ontbreekt, valt niet te begrijpen waarom het eindeloos voortduren van de stuiting door het royement van de eerdere bodemprocedure (in het onderhavige geval) niet te verenigen valt met het karakter en de achtergrond van de korte verjaringstermijn van art. 3:310 BW. Aldus dit onderdeel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1c8e181d1535f2511a4a71c15fdb087c91e05379b2c8a8f57cf41dca6f749b9f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1c8e181d1535f2511a4a71c15fdb087c91e05379b2c8a8f57cf41dca6f749b9f, en de alinea staat in dat document op bytes 62574 tot 63535.