Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 januari 2014

Onder 9. Parket bij de Hoge Raad 21 januari 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 januari 2014, ECLI:NL:PHR:2014:169.

In de vorenbedoelde overweging ligt als ’s Hofs oordeel besloten dat de door de stellers van het middel genoemde en hierboven onder 6 aangehaalde omstandigheden het Hof niet tot een andere zienswijze hebben gebracht. Dit impliciete oordeel acht ik niet onbegrijpelijk. Voorts is de bestreden overweging van het Hof voldoende met redenen omkleed in de zin van art. 359, tweede lid, Sv. Ik voeg daaraan nog toe dat, zoals in het verweer terecht wordt opgemerkt, de draagkracht in beginsel in de executiefase op de voet van art. 577b Sv aan de orde dient te worden gesteld en dat het Hof heeft overwogen dat het geen reden ziet om nu reeds – dat wil zeggen in het ontnemingsgeding - om redenen van draagkracht het ontnemingsbedrag te matigen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a9001fa23c41789513b7759014a3e1e9bdb73c062827cb15e87062b57fb0c333. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a9001fa23c41789513b7759014a3e1e9bdb73c062827cb15e87062b57fb0c333, en de alinea staat in dat document op bytes 19201 tot 20085.