Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2014

Onder 2.14. Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2014, ECLI:NL:PHR:2014:1708.

Het hof bespreekt grief 3 in het incidenteel appel van de curator in rov. 4.14.10 - 4.14.14. Deze grief had betrekking op de vervallen rente over de genoemde meerwerkfactuur. De rechtbank had in rov. 2.15 van haar eindvonnis beslist dat de gevorderde rente over dit factuurbedrag pas toewijsbaar is vanaf de dag van dagvaarding (27 februari 2007). Het hof heeft de grief gegrond geacht, met het resultaat dat het hof de vertragingsrente alsnog heeft toegewezen over het tijdvak vanaf 27 mei 2001 (betalingstermijn volgens factuur). Volgens middelonderdeel III is de beslissing van het hof om deze grief in behandeling te nemen onbegrijpelijk, omdat de curator de grief slechts voorwaardelijk had voorgedragen en de daarbij gestelde voorwaarde niet is vervuld. Ter toelichting voert Eurostrip aan dat Newa de grief had voorgedragen onder de voorwaarde dat het hof “een of meerdere grieven van Eurostrip gegrond mocht bevinden en op grond daarvan uw Hof aan het antwoord op de vraag toekomt wat Newa had moeten leveren en of zij daarin blijvend toerekenbaar is tekortgeschoten” .

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4c8891cd3db2a21e80efaa42e3021c5dbaadaf6c755abb5f8957f8f87ac6afd6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4c8891cd3db2a21e80efaa42e3021c5dbaadaf6c755abb5f8957f8f87ac6afd6, en de alinea staat in dat document op bytes 30135 tot 31330.