Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2014

Onder 2.3. Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2014, ECLI:NL:PHR:2014:1709.

In een geval waarin de arbeidsovereenkomst van werknemer Baijings door de rechter werd ontbonden, kwam de vraag aan de orde of hij ook vergoeding kon krijgen van schade, geleden doordat hij als gevolg van de beëindiging van het dienstverband bepaalde optierechten niet heeft kunnen uitoefenen. Met zulke schade was geen rekening gehouden door de kantonrechter bij het vaststellen van een vergoeding in de ontbindingsprocedure. De Hoge Raad overwoog dat uit de omstandigheid dat de wettelijke regeling over een kennelijk onredelijke beëindiging van de dienstbetrekking uitputtend is, in die zin dat er naast deze regeling geen plaats meer is voor een toetsing aan de eisen van redelijkheid en billijkheid, niet volgt dat in art. 6:248 lid 1 BW neergelegde regel nimmer toepassing zou kunnen vinden. De Hoge Raad vervolgde:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aa09c8e0a443c3cc3864641bbd5bf946be0771be5a063b6697eabea04607f28a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aa09c8e0a443c3cc3864641bbd5bf946be0771be5a063b6697eabea04607f28a, en de alinea staat in dat document op bytes 22761 tot 23597.