Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2014

Onder 2.5. Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2014, ECLI:NL:PHR:2014:1709.

HR 2 april 2004, ECLI:NL:HR:2004:AO1939, NJ 2006/212 m.nt. E. Verhulp, betrof een vordering tot nakoming van een tussen de werkgever en de werknemer op voorhand overeengekomen afvloeiingsregeling. De Hoge Raad overwoog dat een dergelijke vordering geldend kan worden gemaakt in een afzonderlijke procedure (zodat aan de ontvankelijkheid niet in de weg staat de mogelijkheid dat een geldelijke vergoeding wordt toegekend in de ontbindingsprocedure) . Verder stelde hij vast dat in de voorafgaande ontbindingsprocedure geen vergoeding was toegekend in de zin van art. 7:685 lid 8 BW en dat de rechtbank had geconstateerd dat de contractuele afvloeiingsregeling niet aan de orde was geweest in de ontbindingsprocedure. Met het oog op de mogelijkheid van samenloop gaf de Hoge Raad in rov. 4.1.3 enkele normen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aa09c8e0a443c3cc3864641bbd5bf946be0771be5a063b6697eabea04607f28a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aa09c8e0a443c3cc3864641bbd5bf946be0771be5a063b6697eabea04607f28a, en de alinea staat in dat document op bytes 26696 tot 27578.