Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 januari 2014

Alinea 10 Parket bij de Hoge Raad 21 januari 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 januari 2014, ECLI:NL:PHR:2014:172.

4. Indien uit enig in het dossier aanwezig stuk aan de rechter of de andere justitiële autoriteiten kan blijken dat de verdachte voor de desbetreffende aanleg voorzien is van rechtsbijstand door een raadsman, dan behoort deze raadsman als zodanig te worden erkend (vgl. HR 19 december 2000, LJN ZD2182, NJ 2001/ 161). Aangezien de raadsman een – in het dossier aanwezige - appelschriftuur heeft ingediend bij de Rechtbank Rotterdam geldt dat hij als raadsman had behoren te worden erkend en behandeld. Een goede procesorde brengt mee dat in zo een geval de rechter, nadat de zaak is uitgeroepen het onderzoek ter terechtzitting pas voortzet nadat hij zich ervan heeft vergewist dat het voorschrift van art. 51 Sv is nageleefd, dan wel zich een toelaatbare (maar in casu niet aanwezige) uitzondering daarop voordoet.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/17ffd0ac599ed7704e6d5334bc2221e11f575e07024e596ea812e15d13d7335b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 17ffd0ac599ed7704e6d5334bc2221e11f575e07024e596ea812e15d13d7335b, en de alinea staat in dat document op bytes 4986 tot 5817.