Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 januari 2014

Alinea 12 Parket bij de Hoge Raad 21 januari 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 januari 2014, ECLI:NL:PHR:2014:172.

6. In het dossier heb ik voorts geen gegeven aangetroffen waaruit blijkt dat aan de raadsman een afschrift van de dagvaarding resp. oproeping voor de terechtzitting van 7 mei resp. 13 augustus 2012 is verstuurd. Het in het belang van de verdachte gegeven voorschrift van art. 51, tweede zin, Sv is van zo grote betekenis dat, al wordt dit niet uitdrukkelijk in de wet bepaald, de niet nakoming ervan moet worden geacht aan een geldige behandeling van de zaak ter terechtzitting buiten tegenwoordigheid van de verdachte en diens raadsman in de weg te staan. Dit brengt mee dat het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep aan nietigheid lijdt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/17ffd0ac599ed7704e6d5334bc2221e11f575e07024e596ea812e15d13d7335b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 17ffd0ac599ed7704e6d5334bc2221e11f575e07024e596ea812e15d13d7335b, en de alinea staat in dat document op bytes 6377 tot 7036.