Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 juli 2014
Onder 5.17 Parket bij de Hoge Raad 14 juli 2014
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 juli 2014, ECLI:NL:PHR:2014:1730.
De belanghebbenden betogen ook dat de Inspecteur niet bevoegd is om de FRFTC en de belastingteruggaafregeling tezamen aan te merken als in wezen gelijksoortig aan de MIBA Act omdat dit moet worden bepaald in onderling overleg tussen de bevoegde autoriteiten van de twee staten. Ik meen dat dit betoog berust op verkeerde lezing van art. 30(3) Verdrag. Die bepaling schrijft voor dat de bevoegde autoriteiten in onderlinge overeenstemming de bijzondere regeling(en) aanwijzen waarop art. 30(1) Verdrag het oog heeft. De MIBA Act is door die bevoegde autoriteiten als zodanig aangewezen. Art. 30(3)(tweede volzin) Verdrag bepaalt vervolgens dat het eerste lid ook geldt voor wettelijke voorschriften die in wezen gelijksoortig zijn aan het aangewezen regime (de MIBA Act), “tenzij de bevoegde autoriteiten van de Staten in onderlinge overeenstemming anders beslissen”. Hieruit volgt dat indien een nationale belastingautoriteit aannemelijk maakt dat een vervangend bijzonder regime in wezen gelijksoortig is aan een aangewezen bijzonder regime, beroep op het Verdrag uitgesloten is voor degenen die er gebruik van maken, tenzij de bevoegde autoriteiten in gezamenlijk overleg bepalen dat beroep op het Verdrag niet wordt geblokkeerd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/397e901e13d6823fd828c33cb8c5ceff5bab67f80bcf81de878366b6e202c109. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 397e901e13d6823fd828c33cb8c5ceff5bab67f80bcf81de878366b6e202c109, en de alinea staat in dat document op bytes 77290 tot 78573.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/397e901e13d6823fd828c33cb8c5ceff5bab67f80bcf81de878366b6e202c109 | shasum -a 256