Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 april 2014
Onder 2.43 Parket bij de Hoge Raad 11 april 2014
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 april 2014, ECLI:NL:PHR:2014:1736.
Deze overweging uit het Red Bull arrest laat zich volgens mij goed verenigen met de eisen die onder 5 gesteld worden in de Indicatietarieven. Het risico om voor € 52.500 het schip in te gaan, is voor kleine partijen afschrikwekkend en kan er toe leiden dat rechtzoekenden zich neerleggen bij een onjuiste uitspraak. Ik onderschrijf dan ook de opvatting van Verkade dat er niet te lichtvaardig met de toekenning van dergelijke bedragen moet worden omgegaan . Ik meen dat in het onderhavige geval tot uitgangspunt genomen moet worden dat de gevorderde proceskostenvergoeding niet is voorzien van een zo ‘gespecificeerde opgave’ dat de wederpartij zich voldoende kon verweren, omdat mogelijke verweren zich niet slechts toe kunnen spitsen op het aantal in rekening te brengen uren. Er is iets voor te zeggen dat bij een ‘cap afspraak’ minder hoge eisen gelden aan de specificatie, maar er had met relatief weinig inspanning tenminste een toegespitst overzicht verstrekt kunnen worden over op welke werkzaamheden de gemaakte uren concreet betrekking hebben. Het is immers een feit van algemene bekendheid dat advocatenkantoren via geautomatiseerde systemen plegen bij te houden hoe de medewerkers hun uren besteden. Beckx c.s. heeft in het onderhavige geval echter nagelaten een gespecificeerd overzicht te verstrekken, terwijl met een relatief geringe inspanning een meer gedetailleerd overzicht aangeleverd had kunnen worden. Van de criteria die Rubik voorstelt, voeren de eisen die ik hierboven heb weergegeven onder 1 en 5 volgens mij te ver, maar de overige eisen zouden volgens mij wel gesteld moeten worden. Ik geef Uw Raad echter wel in overweging om - in afwijking van de tot nu toe gevestigde praktijk, die kennelijk aansluit bij bepaalde in de Indicatietarieven onder 6 - in dit geval bij een kostenveroordeling uit te gaan van geobjectiveerde redelijke kosten, die volgens mij zouden kunnen worden begroot op € 25.000,-. Het voert immers wel erg ver om te oordelen dat Beckx c.s. in het licht van het verstrekte kostenoverzicht enkel kosten hebben gemaakt, die vergoed behoren te worden op basis van het liquidatietarief. In die zin meen ik dat afgeweken moet worden van het uitgangspunt onder 6 in de Indicatietarieven. Initiatieven als de Indicatie-tarieven en de TREMA-normen zijn vanuit de rechtseenheid bezien toe te juichen, maar binden de Hoge Raad uiteraard niet. Net als bijvoorbeeld bij de TREMA-normen gebruikelijk is, zouden de Indicatietarieven bijgewerkt kunnen worden als de Hoge Raad op dit punt een andere richting aan zou willen geven. Het uitgangspunt in de Indicatie-tarieven onder 6 komt erop neer dat indien de opgegeven proceskosten niet volledig zijn onderbouwd, zoals is voorgeschreven, ten hoogste nog het reguliere liquidatietarief wordt toegewezen als het gevorderde wordt bestreden. Dat uitgangspunt vind ik te radicaal. Het laat zich immers goed denken dat een specificatie niet volledig aan de daaraan te stellen eisen voldoet, maar dat vanwege het feit dat sprake is van een ‘cap afspraak’ en in het licht van de wel verstrekte informatie in samenhang met de overige omstandigheden van het geval nu ook weer niet kan worden gezegd dat in redelijkheid geen enkele plaats is voor een hogere vergoeding van proceskosten dan te doen gebruikelijk. Ik denk dat in voorkomende gevallen teruggevallen zou moeten worden op een bedrag dat op basis van kennis en ervaring geobjectiveerd als minimaal redelijk kan gelden in het licht van de beschikbare informatie. Ik meen bovendien dat eveneens rekening gehouden mag worden met de proceskosten waar de wederpartij zelf om verzocht heeft . Het is daarom volgens mij niet nodig om in gevallen als de onderhavige de gevorderde vergoeding volledig af te wijzen. Er is geen rechtsregel die tot een dergelijke onredelijke uitkomst dwingt en ik zie daarom niet in waarom een dergelijk onrechtvaardig gevolg zou moeten worden aanvaard.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b2d26bf22d898350cce1803b1fd0138474f76249955ed6d10b996fe6e82a81e4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b2d26bf22d898350cce1803b1fd0138474f76249955ed6d10b996fe6e82a81e4, en de alinea staat in dat document op bytes 94900 tot 99026.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b2d26bf22d898350cce1803b1fd0138474f76249955ed6d10b996fe6e82a81e4 | shasum -a 256