Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 april 2014

Onder 2.12 Parket bij de Hoge Raad 11 april 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 april 2014, ECLI:NL:PHR:2014:1736.

Ik zou willen uitgaan van een ruime beperkende werking van de ‘technische bepaaldheid’ ten aanzien van het auteursrechtelijke werkbegrip om de simpele reden dat een te ruim auteursrecht maatschappelijk zeer onwenselijk is en nauwelijks steun vindt in de wet . Ik meen dat een ruime visie op ‘technische bepaaldheid’ eveneens het meest in overeenstemming is met vaste rechtspraak van de Hoge Raad waaruit volgt dat het gebruik van hetzelfde materiaal, het bewerken daarvan volgens dezelfde, een bepaald artistiek effect opleverende methode, of het volgen van dezelfde stijl, nog niet meebrengt dat sprake is van nabootsing van een werk als bedoeld in art. 13 Aw . De Auteurswet geeft geen exclusief recht aan degene die volgens een - hem kenmerkende - stijl werkt. Aan deze rechtspraak ligt de gedachte ten grondslag dat de auteursrechtelijke bescherming van abstracties als stijlkenmerken een ontoelaatbare beperking van de vrijheid van creatie van de maker zou meebrengen, en aldus een rem op culturele ontwikkelingen zou vormen . In dit geval is niet zozeer sprake van werken in dezelfde stijl, maar is wel gewerkt volgens dezelfde ‘een bepaald (artistiek) effect opleverende methode’. Het werken volgens een bepaalde methode impliceert volgens mij in veel gevallen een door techniek en functionaliteit beperkte ontwerpruimte. De begrenzingen aan het auteursrecht als het gaat om stijl, methode en functionaliteit liggen daarom in elkaars verlengde en zijn van even groot belang voor de vrijheid van creatie. De Hoge Raad heeft recent in Duijsens/Broeren nog eens benadrukt dat er veel vrijheid bestaat om te werken volgens dezelfde methode of stijl; zelfs als dit bij het publiek nodeloze verwarring kan opleveren. De onderhavige zaak biedt een kans om functionaliteit als belangrijke beperking van het werkbegrip te markeren. Nu het hof van de juiste maatstaf is uitgegaan, meen ik dat het onderdeel moet falen. Volgens mij sluit een dergelijke benadering aan bij de annotatie van Verkade onder de Rubik-zaak uit 1981. Verkade betoogde dat andere mogelijke prints op de kubus - zoals cijfers (zoals bij de ‘sudoku’ kubus van Beckx c.s. aan de orde is) - in beginsel geen inbreuk kunnen opleveren. Een verbod dat geacht zou moeten worden mede de kubus-mechaniek zelf te treffen, zou volgens Verkade niet in het auteursrechtelijk systeem passen en cassabel zijn .

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b2d26bf22d898350cce1803b1fd0138474f76249955ed6d10b996fe6e82a81e4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b2d26bf22d898350cce1803b1fd0138474f76249955ed6d10b996fe6e82a81e4, en de alinea staat in dat document op bytes 38970 tot 41682.