Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 april 2014
Onder 2.13 Parket bij de Hoge Raad 11 april 2014
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 april 2014, ECLI:NL:PHR:2014:1736.
Onderdeel B is vooral gericht tegen rov. 4.10 en betoogt dat het hof vaststelt dat Rubik bij het scheppen van zijn werk bepaalde vormgevingskeuzes heeft gemaakt en dat onder deze keuzes zich de keuze bevindt voor het gebruik van de kubusvorm voor onderdelen van het voortbrengsel. Ten aanzien van deze keuze voor de kubusvorm stelt het hof volgens Rubik vast dat deze zou worden bepaald door technisch functionele vereisten. Het onderdeel klaagt dat het hof vaststelt dat de keuze voor de kubusvorm niet wordt bepaald door technisch functionele vereisten door te overwegen dat "andere vormen mogelijk zijn (gebleken) voor het onderhavige spel". Het hof stelt volgens Rubik daarom vast dat die keuze niet noodzakelijk is voor het voortbrengsel en aldus niet louter door objectieve vereisten wordt bepaald, waardoor de keuze een subjectieve keuze is. De keuze voor de kubusvorm wordt door het hof vervolgens echter gekwalificeerd als onvoldoende creatief, omdat de keuze voor de kubusvorm voor het onderhavige spel voor de hand ligt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b2d26bf22d898350cce1803b1fd0138474f76249955ed6d10b996fe6e82a81e4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b2d26bf22d898350cce1803b1fd0138474f76249955ed6d10b996fe6e82a81e4, en de alinea staat in dat document op bytes 41762 tot 42852.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b2d26bf22d898350cce1803b1fd0138474f76249955ed6d10b996fe6e82a81e4 | shasum -a 256