Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 april 2014

Onder 2.14 Parket bij de Hoge Raad 11 april 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 april 2014, ECLI:NL:PHR:2014:1736.

Rubik klaagt in onderdeel B dat het hof aldus vereist dat een auteursrechtelijk werk ‘voldoende creatief’ en/of ‘niet voor de hand liggend’ is. Het hanteren van deze norm komt volgens Rubik in strijd met zowel de rechtspraak van de Hoge Raad als de rechtspraak van het Europese Hof van Justitie inzake het leerstuk van de vereisten voor auteursrechtelijke bescherming . Uit deze rechtspraak volgt dat uitsluitend doorslaggevend is of de gemaakte keuze bij de vormgeving van het voortbrengsel louter is bepaald door objectieve vereisten dan wel, in plaats daarvan, berust op een subjectieve keuze. De door het hof aangelegde maatstaf, die inhoudt dat de mate van creativiteit aan een bepaald (door het hof niet geëxpliciteerd) kwantitatief vereiste zou moeten voldoen, kent de rechtspraak van de Hoge Raad en het HvJ EU niet volgens het onderdeel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b2d26bf22d898350cce1803b1fd0138474f76249955ed6d10b996fe6e82a81e4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b2d26bf22d898350cce1803b1fd0138474f76249955ed6d10b996fe6e82a81e4, en de alinea staat in dat document op bytes 42932 tot 43963.