Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 april 2014

Onder 2.18 Parket bij de Hoge Raad 11 april 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 april 2014, ECLI:NL:PHR:2014:1736.

Anders dan het onderdeel tot uitgangspunt neemt, blijkt evenwel nergens uit dat het hof in deze zaak tijdsverloop en gewenning oneigenlijk heeft laten meewegen. In de motivering van het hof komt evenmin naar voren dat het hof zich heeft georiënteerd op een huidige relevante markt in plaats van op de relevante markt ten tijde van de creatie van de kubus. Het hof heeft bezien of het voortbrengsel EOKPS/EIS is en hoefde niet expliciet in te gaan op hetgeen door Rubik naar voren is gebracht over het tijdsverloop. Anders dan het middel lijkt te betogen, meen ik dat niet door de Hoge Raad nog eens expliciet gemarkeerd moet worden dat de creativiteit op het moment van de creatie bepalend is dan wel dat de rechter zich niet op het verkeerde been moet laten zetten door gewenning in verband met tijdsverloop. Het hof heeft dit immers niet miskend. Het oordeel van het hof, dat in hoge mate feitelijk is, is toereikend gemotiveerd. Het onderdeel faalt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b2d26bf22d898350cce1803b1fd0138474f76249955ed6d10b996fe6e82a81e4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b2d26bf22d898350cce1803b1fd0138474f76249955ed6d10b996fe6e82a81e4, en de alinea staat in dat document op bytes 49598 tot 50567.