Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 april 2014

Onder 2.27 Parket bij de Hoge Raad 11 april 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 april 2014, ECLI:NL:PHR:2014:1736.

Begrijpelijk wijst het onderdeel er in het verlengde van het eerdere onderdeel op dat beide partijen (slechts) hebben aangevoerd dat de ‘bekende’ vormgeving zes standaard primaire kleuren betrof. Rubik betoogde dit in de context dat volgens hem juist het oorspronkelijke abstracte werk (nog los van de vormgeving met de kleuren) bescherming zou verdienen. In die benadering zou elke denkbare print op de kubus een inbreuk opleveren. Ik meen dat in de MvG elk spoor ontbreekt van een stelling met de strekking dat ‘de kleurenvariant’ creatieve keuzes bevat vanwege de zes kenmerkende, opvallende, kleuren en het (concrete) beeld, dat ontstaat doordat deze kleur op ieder kleurvlak over negen(3x3) deelvlakken is verdeeld. Het onderdeel klaagt onterecht dat het hof dit niet zou hebben geoordeeld, maar de vraag of dat oordeel ook begrijpelijk is, staat in dat licht nog niet vast.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b2d26bf22d898350cce1803b1fd0138474f76249955ed6d10b996fe6e82a81e4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b2d26bf22d898350cce1803b1fd0138474f76249955ed6d10b996fe6e82a81e4, en de alinea staat in dat document op bytes 62027 tot 62928.