Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 september 2014

Onder 4.5 Parket bij de Hoge Raad 5 september 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 september 2014, ECLI:NL:PHR:2014:1745.

Voor zover het onderdeel klaagt dat het onderscheid tussen derogerende en aanvullende werking niet van doorslaggevend belang is, mist het feitelijke grondslag, nu uit rov. 4.3 niet blijkt dat de voorzieningenrechter zich door zodanig onderscheid heeft laten leiden. Integendeel, uit de eerste volzin van rov. 4.3 blijkt dat de voorzieningenrechter beide vormen van werking van redelijkheid en billijkheid op het oog heeft gehad, waar hij zowel van een “opzijzetten” (derogerende werking) als van een “oprekken” (aanvullende werking) heeft gesproken . Overigens acht ik evident dat het negeren van een uitdrukkelijk vastgelegde beperking, hoezeer men daarmee ook een aanvulling van de dekking beoogt, niet anders dan als een derogatie aan die beperking kan worden opgevat.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f016380bc8b0c81e9678b7aacfecd70bccc39ee30dde668405d4cd5adc381d8e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f016380bc8b0c81e9678b7aacfecd70bccc39ee30dde668405d4cd5adc381d8e, en de alinea staat in dat document op bytes 97778 tot 98635.