Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 september 2014

Onder 1.12 Parket bij de Hoge Raad 5 september 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 september 2014, ECLI:NL:PHR:2014:1746.

“4.6 [eiseres] heeft aangevoerd dat de omstandigheid dat zij in staat van faillissement verkeert niet wil zeggen dat de vordering die [verweerster] op haar zou kunnen krijgen, niet op haar te verhalen zou zijn. [eiseres] is als natuurlijk persoon in staat van faillissement verklaard. In het geval van opheffing van het faillissement zullen alle vorderingen op haar herleven of anders gezegd gewoon door haar dienen te worden voldaan, aldus [eiseres]. Dit argument kan [eiseres] naar oordeel van het hof niet baten. Immers, juist haar staat van faillissement maakt het verhaal van een proceskostenveroordeling illusoir. Dat dit mogelijk anders zou zijn na opheffing van het faillissement doet daaraan niet af. Dit geldt zeker wanneer sprake zou zijn van opheffing van het faillissement wegens gebrek aan baten, zoals [eiseres] zelf heeft aangevoerd, zulks tegen de achtergrond dat uit de brief van de curator van 27 maart 2012 blijkt dat de boedel de kosten van een proceskostenveroordeling niet kan dragen. Niet gebleken is voorts dat het verzoek om ontslag van instantie bij gebrek aan belang zou moeten worden afgewezen, omdat voor de proceskosten door of namens de failliet zekerheid kan worden gesteld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3d2eb4484fbdc2230f70c353378b8b5a3c53bd7053ed681c89b617df4ed5bd63. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3d2eb4484fbdc2230f70c353378b8b5a3c53bd7053ed681c89b617df4ed5bd63, en de alinea staat in dat document op bytes 18791 tot 20078.