Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 september 2014
Onder 2.6 Parket bij de Hoge Raad 5 september 2014
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 september 2014, ECLI:NL:PHR:2014:1746.
Ik wijs in dit verband nog op een te trekken parallel uit een recent arrest van Uw Raad, waarin is uitgemaakt dat voor de toepassing van art. 25 lid 2 Fw en artt. 27-29 Fw de verkrijging van een verklaring voor recht dat de arbeidsovereenkomst nog steeds voortduurt naast een vordering tot veroordeling van de failliet tot betaling van achterstallig salaris, geen zelfstandige betekenis heeft. Dit betrof weliswaar een zaak waarbij de werkgever en niet de werknemer was gefailleerd en er was ook geen sprake van het entameren van een procedure door de failliet zelf tijdens faillissement zoals hier, maar de kennelijk achterliggende gedachte lijkt daar te zijn dat niet te snel moet worden onderscheiden bij in verlengde liggende vorderingen tussen wel en niet de boedel betreffend in de zin van art. 25 lid 1 Fw. In de onderhavige zaak zie ik dat onderscheid al helemaal geen wortel schieten, nu de vordering een vorm van schadevergoeding betreft die eventueel krachtens art. 20 Fw in de boedel zou vallen bij toewijzing .
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3d2eb4484fbdc2230f70c353378b8b5a3c53bd7053ed681c89b617df4ed5bd63. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3d2eb4484fbdc2230f70c353378b8b5a3c53bd7053ed681c89b617df4ed5bd63, en de alinea staat in dat document op bytes 27902 tot 29065.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3d2eb4484fbdc2230f70c353378b8b5a3c53bd7053ed681c89b617df4ed5bd63 | shasum -a 256