Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 september 2014

Onder 2.7 Parket bij de Hoge Raad 5 september 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 september 2014, ECLI:NL:PHR:2014:1746.

Op het voorgaande strandt de eerste rechtsklacht van middel 1. Dat door zo te oordelen het beginsel van hoor en wederhoor zou zijn geschonden, zoals de tweede rechtsklacht van middel 1 is geformuleerd, zie ik niet. Voor zover de toelichting op het middel onder 9 aandraagt dat nu de kantonrechter in rov. 2.7 overwoog dat de ingestelde vorderingen “in ieder geval deels” op in de boedel vallende rechten ziet (en dus deels niet) en – nu daar niet tegen is gegriefd – het hof niet zonder nader debat kon aannemen dat alle vorderingen als de boedel betreffend zijn aan te merken, verandert dat niet. Het is een juist rechtsoordeel dat het hof ten beste geeft. Van onbegrijpelijkheid is geen sprake; er zijn geen essentiële stellingen gepasseerd, doordat geen aandacht is besteed door het hof aan stellingen van [eiseres] ter ondersteuning van haar stelling dat zij belang heeft bij behoud van instantie. Het hof heeft de zaak op begrijpelijke wijze zo kunnen afdoen. Middel 1 faalt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3d2eb4484fbdc2230f70c353378b8b5a3c53bd7053ed681c89b617df4ed5bd63. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3d2eb4484fbdc2230f70c353378b8b5a3c53bd7053ed681c89b617df4ed5bd63, en de alinea staat in dat document op bytes 29144 tot 30147.