Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 september 2014
Onder 3.7.8. Parket bij de Hoge Raad 5 september 2014
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 september 2014, ECLI:NL:PHR:2014:1764.
‘3.4.1 (…) Een andere indicatie dat de in art. 349a bedoelde termijn en niet het tijdstip van de beëindiging van de schuldsanering beslissend is voor het antwoord op de hiervoor genoemde vraag, levert de centrale rol van de in art. 349a bedoelde termijn in de procedure die leidt tot de uitspraak van de rechtbank, op de voet van art. 354, of de schuldenaar in de nakoming van een of meer uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen is tekortgeschoten en, indien er sprake is van een tekortkoming, of deze aan de schuldenaar kan worden toegerekend, alsmede of de toerekenbare tekortkoming buiten beschouwing blijft. Zo brengt de bewindvoerder ingevolge art. 351a zijn in dat artikel bedoelde verslag over de wijze waarop de schuldenaar gedurende de schuldsanering aan zijn verplichtingen heeft voldaan, uit uiterlijk drie maanden voordat de termijn volgend uit art. 349a afloopt. Dit verslag heeft dus betrekking op het gedrag van de schuldenaar binnen die termijn.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2acdb804bf4345321607184ea788094c62fe5bcddd7f6b870b5754502e6571bd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2acdb804bf4345321607184ea788094c62fe5bcddd7f6b870b5754502e6571bd, en de alinea staat in dat document op bytes 11494 tot 12615.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2acdb804bf4345321607184ea788094c62fe5bcddd7f6b870b5754502e6571bd | shasum -a 256