Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 september 2014
Onder 3.7.9. Parket bij de Hoge Raad 5 september 2014
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 september 2014, ECLI:NL:PHR:2014:1764.
Alvorens de prejudiciële vraag te stellen of verlenging van de termijn mogelijk is na verstrijken van de termijn als bedoeld in artikel 349a FW, zal het hof eerst op de voet van artikel 392 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering [verzoekster] en de bewindvoerder in de gelegenheid stellen zich hierover uit te laten, en wel binnen veertien dagen na datum arrest.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2acdb804bf4345321607184ea788094c62fe5bcddd7f6b870b5754502e6571bd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2acdb804bf4345321607184ea788094c62fe5bcddd7f6b870b5754502e6571bd, en de alinea staat in dat document op bytes 17829 tot 18214.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2acdb804bf4345321607184ea788094c62fe5bcddd7f6b870b5754502e6571bd | shasum -a 256