Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 september 2014

Onder 3.5 Parket bij de Hoge Raad 5 september 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 september 2014, ECLI:NL:PHR:2014:1764.

De bevoegdheid van de rechter om de termijn van de schuldsaneringsregeling te verlengen heeft een discretionair karakter. Hij heeft daarbij grote vrijheid, onder meer bij het bepalen van de duur van de verlenging . De wetgever acht het bij uitstek de taak van de rechter om de looptijd te beoordelen aan de hand van de feiten en omstandigheden uit het dossier en aan de hand van de ervaringen van de bewindvoerder en van wat ter terechtzitting blijkt . Het voordeel hiervan is dat een benadering op maat mogelijk is. In de praktijk lijken verlengingsbeslissingen (in eerste aanleg) vooral te worden genomen wanneer sprake is van een tekortkoming in de nakoming van een inspanningsverplichting, zoals de verplichting om te werken of te solliciteren of van een financiële verplichting, zoals het ontstaan van een achterstand in de afdracht aan de boedel of het doen of laten ontstaan van bovenmatige nieuwe schulden. De gedachte is dat, wanneer de schuldenaar aanvankelijk tekortschiet in de nakoming van zijn inspanningsverplichtingen, maar er vervolgens verbetering optreedt, bijvoorbeeld na het horen van de schuldenaar in bijzijn van de bewindvoerder, de schuldenaar tijdens de verlenging deze tekortkomingen zou kunnen helen en dan alsnog voor een schone lei in aanmerking komt .

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2acdb804bf4345321607184ea788094c62fe5bcddd7f6b870b5754502e6571bd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2acdb804bf4345321607184ea788094c62fe5bcddd7f6b870b5754502e6571bd, en de alinea staat in dat document op bytes 23347 tot 24833.