Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 september 2014

Onder 3.7 Parket bij de Hoge Raad 5 september 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 september 2014, ECLI:NL:PHR:2014:1764.

De wet veronderstelt dus dat de zitting steeds tegen het einde van de termijn van de schuldsanering zal worden gehouden en de rechtbank nog vóór het einde van de termijn van de schuldsaneringsregeling een beslissing neemt . In de praktijk gaat het niet altijd zo, overigens gaat het naar mijn indruk uit de gepubliceerde jurisprudentie slechts om een beperkt aantal gevallen. Het komt voor dat een verzoek tot het bepalen van een zitting pas tegen het einde van de schuldsaneringstermijn door de bewindvoerder wordt ingediend en het niet lukt om tijdig een zitting te bepalen of de beslissing vóór het einde van de termijn te geven. In de onderhavige zaak heeft de bewindvoerder op 4 november 2013, vijftien dagen vóór het einde van de driejaarstermijn op 19 november 2013, een eindverslag ingediend als bedoeld in art. 351a Fw. Op 15 november 2013, vier dagen voor het einde van de termijn, heeft de bewindvoerder een voordracht tot beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling aanhangig gemaakt. Uit de mij ter beschikking staande stukken is mij niet duidelijk geworden wat de oorzaak is geweest van het trage optreden van de bewindvoerder. Dat trage optreden hoeft niet het gevolg te zijn van nalatigheid van hem. Dit kan ook veroorzaakt zijn door gebrek aan medewerking van de schuldenaar.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2acdb804bf4345321607184ea788094c62fe5bcddd7f6b870b5754502e6571bd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2acdb804bf4345321607184ea788094c62fe5bcddd7f6b870b5754502e6571bd, en de alinea staat in dat document op bytes 26835 tot 28228.