Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 september 2014
Onder 3.9 Parket bij de Hoge Raad 5 september 2014
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 september 2014, ECLI:NL:PHR:2014:1764.
De Hoge Raad heeft een aantal arresten gewezen die relevant zijn voor beantwoording van de prejudiciële vragen. Zo heeft de Hoge Raad geoordeeld dat de enkele omstandigheid dat de termijn waarvoor de schuldsanering is uitgesproken is verstreken, niet de gevolgtrekking rechtvaardigt dat de schuldsanering is geëindigd, aangezien uit het wettelijke stelsel met betrekking tot de beëindiging van de schuldsanering, zoals neergelegd in art. 352-356 Fw., volgt dat de schuldsanering niet van rechtswege eindigt na verloop van die termijn. Daardoor bleef in het berechte geval in hoger beroep de mogelijkheid bestaan van een tussentijdse beëindiging van de schuldsanering. Het knelpunt in dit geval was dat de wettelijke termijn van de schuldsanering van art. 349a Fw in eerste aanleg nog niet was verstreken, maar in het vervolg van de procedure wel (HR 28 januari 2011, ECLI:NL:HR:2011:BO5760, zie ook HR 9 juli 2010, ECLI:NL:HR:2010:BM2337).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2acdb804bf4345321607184ea788094c62fe5bcddd7f6b870b5754502e6571bd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2acdb804bf4345321607184ea788094c62fe5bcddd7f6b870b5754502e6571bd, en de alinea staat in dat document op bytes 30366 tot 31323.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2acdb804bf4345321607184ea788094c62fe5bcddd7f6b870b5754502e6571bd | shasum -a 256