Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 september 2014

Onder 4.2 Parket bij de Hoge Raad 5 september 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 september 2014, ECLI:NL:PHR:2014:1764.

De mogelijkheid van verlenging na afloop van de art. 349a Fw-termijn ligt m.i. ook om een andere reden voor de hand: indien deze niet wordt aanvaard, zullen hoger beroep en cassatie tegen de weigering van een verlenging, zoals geregeld in art. 349a en art. 351 Fw, vaak niet mogelijk zijn, omdat de rechtbank meestal pas juist korte tijd voor het aflopen van de termijn van art. 349a Fw haar voor hoger beroep en cassatie vatbare beslissing over verlenging neemt. Behandeling van het hoger beroep en de cassatie vallen doorgaans na afloop van de termijn van art. 349a Fw. Het is m.i. onverdedigbaar dat zo’n behandeling die meestal op verzoek van de schuldenaar plaatsvindt vanwege het verstrijken van de genoemde termijn niet mogelijk is. Ik verwijs naar het hierboven onder 3.9 genoemde arrest van de Hoge Raad van 28 januari 2011 waarin vergelijkbare gedachten zijn te vinden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2acdb804bf4345321607184ea788094c62fe5bcddd7f6b870b5754502e6571bd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2acdb804bf4345321607184ea788094c62fe5bcddd7f6b870b5754502e6571bd, en de alinea staat in dat document op bytes 37183 tot 38085.