Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 september 2014

Onder 4.5 Parket bij de Hoge Raad 5 september 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 september 2014, ECLI:NL:PHR:2014:1764.

Ik meen dat een dergelijke strakke regel wenselijk is. Als de op de schuldenaar rustende verplichtingen na afloop van de termijn van art. 349a Fw automatisch doorlopen bij een aanhangig verlengingsverzoek, rijzen complicaties ingeval het verlengingsverzoek uiteindelijk wordt afgewezen. Moeten bij voorbeeld afdrachten aan de boedel die na de termijn van art. 349a Fw zijn gedaan teruggedraaid worden ingeval er uiteindelijk geen verlenging komt? Ik meen dat dit soort complicaties vermeden moeten worden. Zij kunnen nog weer tot nadere procedures en rechterlijke bemoeienis leiden. Daar komt bij dat het aflopen van de uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen na ommekomst van de termijn van art. 349a Fw voor de bewindvoerder en de rechter een prikkel is om zo snel mogelijk over de verlenging te beslissen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2acdb804bf4345321607184ea788094c62fe5bcddd7f6b870b5754502e6571bd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2acdb804bf4345321607184ea788094c62fe5bcddd7f6b870b5754502e6571bd, en de alinea staat in dat document op bytes 40916 tot 41764.