Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 september 2014

Onder 2.14 Parket bij de Hoge Raad 5 september 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 september 2014, ECLI:NL:PHR:2014:1771.

Er is ook vanwege de zojuist vermelde reden geen sprake van een onvoldoende motivering in rov. 5.5. De essentiële stelling van [eiser] houdt in dat hij veronderstelde dat de storting op de Garantie Certificaten al had plaatsgevonden. Hij wist dat dus niet. Er was bijgevolg rekening te houden met een kans dat de storting nog niet had plaatsgevonden. Uit het feit dat de overeenkomst van [verweerder] inzake die certificaten op 1 december 2003 door hem was getekend, volgt niet reeds dat die kans verwaarloosbaar was. De overeenkomst diende nl. na de ondertekening nog naar Rothschäffer gezonden te worden - dat heeft [eiser] zelf verzorgd – en aldaar verwerkt te worden. Het ter zake van de storting bij [verweerder] navraag doen lag dus in de reden en vormde ook een heel eenvoudige handeling. Niet onbegrijpelijk spreekt het hof aan het slot van rov. 5.5 ook om deze reden van het onbenut laten door [eiser] van de kans om de schade te beperken door [verweerder] te adviseren alsnog van zijn inleg af te zien.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/12fb66dc5e47f440bf82a90645801948274e816e2921ebc9c362e3cb34620b44. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 12fb66dc5e47f440bf82a90645801948274e816e2921ebc9c362e3cb34620b44, en de alinea staat in dat document op bytes 36481 tot 37512.