Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 september 2014

Onder 4.2 Parket bij de Hoge Raad 9 september 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 september 2014, ECLI:NL:PHR:2014:1799.

(...) Uitgangspunt van het contractenrecht is dat slechts door of namens natuurlijke personen en/of rechtspersonen overeenkomsten afgesloten kunnen worden. Een maatschap is niet een dergelijke entiteit. (...) Artikel 1 Wet LB 1964 luidt: (...) Artikel 2, 1e lid van die wet luidt: (...) Hieruit volgt dat de term ‘werknemer’ in artikel 12a Wet LB 1964 rechtstreeks refereert aan het civielrechtelijke begrip werknemer zoals bedoeld in art. 7:610 BW. Dat vanuit fiscaal-administratief oogpunt de maatschap, als collectief van alle maten, als inhoudingsplichtige wordt aangemerkt, doet niet af aan de civiel-juridische rechtstoestand dat de werknemer een arbeidsovereenkomst heeft gesloten met alle maten. Ook de hiervoor genoemde registeraccountant en de best betaalde senior advocaat hebben derhalve een arbeidsovereenkomst met onder andere [E] BV, als een van de maten, afgesloten. Kennelijk meent het Hof dat een arbeidsovereenkomst kan worden gesloten met een maatschap. Een maatschap is niets anders dan een overeenkomst tussen maten en met een overeenkomst op zich kan geen andere overeenkomst worden gesloten. Er is dus alleen sprake van een arbeidsovereenkomst met de maten. (...)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3546cfcd8ed40c94a7e5bfecc46673d307b12143786ba607b2802520e8f67384. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3546cfcd8ed40c94a7e5bfecc46673d307b12143786ba607b2802520e8f67384, en de alinea staat in dat document op bytes 30785 tot 31989.