Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 september 2014

Onder 5.14 Parket bij de Hoge Raad 9 september 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 september 2014, ECLI:NL:PHR:2014:1799.

Nu ik heb vastgesteld dat uit de arbeidsovereenkomst zowel deelbare als ondeelbare prestaties voortvloeien, zou dan ten aanzien van de deelbare prestaties wellicht art. 6.6 lid 2 BW nog een rol kunnen spelen, bepalende dat schuldenaren van een deelbare prestatie toch hoofdelijk verbonden zijn indien dit uit de wet, gewoonte of rechtshandeling voortvloeit? Toegepast op de loonvordering: vloeit uit de wet, gewoonte of rechtshandeling voort dat de werknemer voor de betaling van zijn loon ieder der maten voor het geheel kan aanspreken? Dat lijkt mij niet het geval te zijn. Uit de wet vloeit het niet voort, uit een rechtshandeling zou het kunnen voortvloeien indien dit uit de arbeidsovereenkomst zelf zou blijken. Van een gewoonte dat de maten ieder voor het geheel aansprakelijk zouden zijn voor vorderingen die gebaseerd zijn op de arbeidsovereenkomst is mij niets bekend. De conclusie uit het voorgaande is dat de werknemer die nakoming van bepaalde verbintenissen uit de arbeidsovereenkomst vordert, daartoe soms ieder der maten voor gelijke delen, soms ieder der maten voor het geheel kan aanspreken. De hoofdelijke aansprakelijkheid kan in ieder geval niet door een zekere interne verdeling van taken en verantwoordelijkheden opzij worden gezet.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3546cfcd8ed40c94a7e5bfecc46673d307b12143786ba607b2802520e8f67384. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3546cfcd8ed40c94a7e5bfecc46673d307b12143786ba607b2802520e8f67384, en de alinea staat in dat document op bytes 42945 tot 44215.