Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 januari 2014

Onder 2.18 Parket bij de Hoge Raad 17 januari 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 januari 2014, ECLI:NL:PHR:2014:18.

Daar komt nog bij dat [eiseres] heeft gesteld dat zij bij opening van de Welkoop vestiging in oktober 2009 zou zijn voorgesteld als toekomstig medewerkster van die Welkoop, waarvan zij getuigenbewijs heeft aangeboden. Ook is in feitelijke instanties door [eiseres] aangevoerd dat vader en moeder [van verweerder] voortgezet betrokken bleven bij de zaak (misschien niet op de loonlijst, maar wel aldaar werkzaam) en ook [betrokkene 2] (partner van een van de zonen [verweerder]) en [betrokkene 3] zouden zijn overgegaan. Dat is wel bestreden, maar het middel stelt mijns inziens terecht dat het hof dit niet in het midden mocht laten. Al deze omstandigheden spelen immers een mogelijk beslissende rol in de Spijkers-criteria-toetsing.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3f01d3276682466ec4deb2bf7838a8c8a92036972bdb61c26e30617797897a56. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3f01d3276682466ec4deb2bf7838a8c8a92036972bdb61c26e30617797897a56, en de alinea staat in dat document op bytes 45786 tot 46533.