Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 januari 2014
Onder 2.3 Parket bij de Hoge Raad 17 januari 2014
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 januari 2014, ECLI:NL:PHR:2014:18.
De eerste hoofdklacht is deze. Subonderdelen 2.1.2-I, 2.1.2-II en 2.1.2-III kaarten aan dat ook met betrekking tot het tuincentrum -gedeelte (en niet alleen met betrekking tot de dierenbenodigd-heden -tak) sprake is van overgang van onderneming; althans dat, zo al juist zou zijn dat alleen sprake is van overdracht van het dierbenodigdheden deel, ook dat verkeerd is getoetst door het hof. Subonderdeel 2.1.2-I richt daar de rechts- althans motiveringsklacht tegen, dat in het licht van de in het subonderdeel aangegeven feiten het hof in rov. 2.6 en 2.7 art. 149 Rv heeft geschonden nu niet inhoudelijk is bestreden door [verweerder] dat ook het tuincentrum is overgegaan. Althans is volgens subonderdeel 2.1.2-I in elk geval onbegrijpelijk dat [eiseres] niet zou hebben gesteld dat exploitatie van het tuincentrum na het faillissement door [betrokkene 1] is overgenomen, omdat zij dit in elk processtuk heeft gedaan. De klacht vervolgt dat irrelevant is dat [eiseres] niet heeft betwist dat voor faillissement het tuincentrum door een derde werd geëxploiteerd bij wie zij in dienst was, omdat het erom gaat dat zij in januari 2008 in dienst is getreden bij [betrokkene 1] en zij stelt dat die toen naast de afdeling dierbenodigdheden ook het tuincentrum exploiteerde, dat vervolgens wegens een “ingrijpende verbouwing” dichtging. Uit de omstandigheid dat vóór faillissement een derde eigenaar was van het tuincentrum kan volgens de klacht niet worden afgeleid dat [betrokkene 1] niet vanaf dat moment tot 1 oktober 2009 ook het tuincentrum heeft geleid. Overigens bevat subonderdeel 2.1.2-I de hiervoor gememoreerde, niet afzonderlijk genummerde subsidiaire klacht dat zelfs als juist zou zijn dat alleen de afdeling dierbenodigdheden is overgenomen, dat dan nog steeds sprake is van een onjuiste rechtsopvatting over overdracht in de zin van art. 7:662 e.v. BW. Ook dan had aan de hand van alle omstandigheden die zijn uitgewerkt in subonderdeel 2.1.2-II (essentiële stellingen) moeten worden onderzocht of sprake is van overgang van onderneming. Subonderdeel 2.1.2-II bouwt daar dan op voort met de klacht dat het hof in rov 2.6 en 2.7 (en ook overigens) essentiële stellingen onbesproken heeft gelaten, hetgeen vanwege de devolutieve werking niet had gemogen. Het subonderdeel vat deze stellingen als volgt samen:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3f01d3276682466ec4deb2bf7838a8c8a92036972bdb61c26e30617797897a56. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3f01d3276682466ec4deb2bf7838a8c8a92036972bdb61c26e30617797897a56, en de alinea staat in dat document op bytes 17731 tot 20300.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3f01d3276682466ec4deb2bf7838a8c8a92036972bdb61c26e30617797897a56 | shasum -a 256