Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 oktober 2014
Onder 4.11 Parket bij de Hoge Raad 3 oktober 2014
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 oktober 2014, ECLI:NL:PHR:2014:1801.
In mijn eerdere conclusie heb ik het punt niet gesignaleerd, mede omdat de Staat in cassatie geen klachten tegen de door Essent bedoelde rechtsoverwegingen had gericht. Dat neemt niet weg dat met het oog op (of althans in) een eventuele verwijzing zal moeten worden vastgesteld of de gevraagde verklaring voor recht met betrekking tot art. 1 EP nog onderdeel van de rechtsstrijd in hoger beroep vormt. Dat, zoals Essent verdedigt, uit het bestreden arrest blijkt dat het hof de kwestie van mogelijke onverbindendheid van de gewraakte bepalingen wegens strijd met art. 1 EP hoe dan ook als onderdeel van de rechtsstrijd heeft beschouwd, kan ik niet onderschrijven. Anders dan uit het citaat van rov. 2.1 in de nadere dupliek onder 5.1 zou kunnen blijken, heeft het hof daarin niet vastgesteld dat de grieven de bedoelde kwestie aan de orde stellen. De betrokken passage luidt volledig:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c23cb2ff8679005141b7973f3f474c5a72242d86e93e93d731500607fc7c391a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c23cb2ff8679005141b7973f3f474c5a72242d86e93e93d731500607fc7c391a, en de alinea staat in dat document op bytes 78866 tot 79764.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c23cb2ff8679005141b7973f3f474c5a72242d86e93e93d731500607fc7c391a | shasum -a 256