Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 oktober 2014

Onder 3.7 Parket bij de Hoge Raad 3 oktober 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 oktober 2014, ECLI:NL:PHR:2014:1801.

Die uitkomst is, anders dan de mrs. Van der Wiel en Van Aerde in hun nadere dupliek onder 4.2 betogen, niet in strijd met de zogenaamde Rewe/Comet -doctrine , die verbiedt dat de toepassing van een regel van nationaal procesrecht (zoals art. 3:302 BW) de uitoefening van door het Unierecht verleende rechten (nagenoeg) onmogelijk maakt. Met dat betoog wordt voorbijgegaan aan de kern van het probleem dat zich hier voordoet. En die kern is, dat de uit het vrije kapitaalverkeer voortvloeiende rechten op de beperking waarvan Essent haar vordering baseert, nu juist niet aan Essent, maar aan Nederlandse netbeheerders en buitenlandse investeerders toevallen. Art. 3:302 BW maakt de realisatie van enig voor Essent uit het Unierecht voortvloeiende aanspraak niet (nagenoeg) onmogelijk.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c23cb2ff8679005141b7973f3f474c5a72242d86e93e93d731500607fc7c391a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c23cb2ff8679005141b7973f3f474c5a72242d86e93e93d731500607fc7c391a, en de alinea staat in dat document op bytes 34872 tot 35836.