Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 oktober 2014

Onder 3.11 Parket bij de Hoge Raad 3 oktober 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 oktober 2014, ECLI:NL:PHR:2014:1801.

In mijn eerdere conclusie heb ik (onder 4.40-4.41) betoogd dat het in dit verband door de Staat gedane beroep op de “omgekeerde discriminatie”-jurisprudentie niet opgaat, aangezien deze jurisprudentie niet impliceert dat voor de eigen ondernemingen geldende, strengere eisen geen beperking van de door het VWEU gewaarborgde vrijheden kunnen vormen en dat, toegespitst op het vrije kapitaalverkeer, volgens het HvJ EU óók van een verboden beperking sprake kan zijn als een maatregel onderdanen van de eigen lidstaat kan ontmoedigen in andere lidstaten investeringen te doen. Voorts heb ik in mijn eerdere conclusie (onder 4.42) betoogd dat niet kan worden aangenomen dat de door het hof bedoelde belemmering in verband met het verbod op nevenactiviteiten nimmer (reëel) uit het groepsverbod zou kunnen voortvloeien. Het prejudiciële arrest geeft mij geen aanleiding om over de aldus door mij ongegrond bevonden klachten van het onderdeel thans anders te oordelen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c23cb2ff8679005141b7973f3f474c5a72242d86e93e93d731500607fc7c391a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c23cb2ff8679005141b7973f3f474c5a72242d86e93e93d731500607fc7c391a, en de alinea staat in dat document op bytes 41163 tot 42147.