Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 oktober 2014

Onder 3.15 Parket bij de Hoge Raad 3 oktober 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 oktober 2014, ECLI:NL:PHR:2014:1801.

De klacht van het onderdeel dat het hof in zijn beoordeling in rov. 4.3 (laatste volzin) en rov. 4.4 en in zijn conclusie in rov. 6.1 ten onrechte niet tussen de verschillende onderdelen van het groepsverbod (het splitsingsgebod en het verbod op wederzijds aandeelhouderschap) heeft onderscheiden, achtte ik in mijn eerdere conclusie (onder 4.53-4.54) daarentegen gegrond. De door het hof onderscheiden situaties waarin het groepsverbod het vrije kapitaalverkeer zou kunnen belemmeren, betreffen telkenmale het verbod op wederzijds aandeelhouderschap en niet het splitsingsgebod. Overigens dwingt het prejudiciële arrest niet ertoe het splitsingsgebod als een beperking van het vrij kapitaalverkeer op te vatten. Ook het HvJ EU heeft in de uitwerking van de beperkende aspecten van het privatiseringsverbod, het groepsverbod en het verbod op nevenactiviteiten in de punten 43-46 (en meer in het bijzonder in de uitwerking van de relevante aspecten van het groepsverbod in de punten 44-45 ) geen gewag gemaakt van beperkende aspecten van het splitsingsgebod als zodanig, en slechts beperkende aspecten van het verbod op wederzijds aandeelhouderschap gereleveerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c23cb2ff8679005141b7973f3f474c5a72242d86e93e93d731500607fc7c391a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c23cb2ff8679005141b7973f3f474c5a72242d86e93e93d731500607fc7c391a, en de alinea staat in dat document op bytes 45575 tot 46814.