Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 oktober 2014

Onder 3.26 Parket bij de Hoge Raad 3 oktober 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 oktober 2014, ECLI:NL:PHR:2014:1801.

Onderdeel 5.12 keert zich tegen het oordeel in rov. 5.3 dat de Staat onvoldoende heeft gesteld om te kunnen vaststellen dat in de praktijk kruissubsidiëring plaatsvindt of dat daarvan een voldoende concrete dreiging bestaat. In mijn eerdere conclusie heb ik (onder 4.80) reeds betoogd dat als voorwaarde voor (rechtvaardiging van) een regeling ter bescherming van een algemeen belang niet kan worden gesteld dat het betrokken belang reeds is dan wel concreet en reëel dreigt te worden geschaad. Belemmeringen van het vrije verkeer kunnen reeds worden aanvaard, als sprake is van een regeling ter uitsluiting van op zichzelf voldoende ernstige risico’s, waarvan onzeker is of en in hoeverre zij zich voordoen. Het prejudicieel arrest werpt hier geen nieuw licht op. Ik acht de klacht van het onderdeel daarom nog steeds gegrond.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c23cb2ff8679005141b7973f3f474c5a72242d86e93e93d731500607fc7c391a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c23cb2ff8679005141b7973f3f474c5a72242d86e93e93d731500607fc7c391a, en de alinea staat in dat document op bytes 56188 tot 57077.