Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 september 2014

Onder 5. Parket bij de Hoge Raad 26 september 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 september 2014, ECLI:NL:PHR:2014:1808.

Uit het voorgaande volgt dat de verplichting van [verweerster] om de compenserende maatregelen te treffen niet kan zijn gebaseerd op een bijzonder karakter van deze last als bedoeld in art. 7:15 BW, maar uitsluitend op het feit dat partijen dit zijn overeengekomen. [verweerster] heeft, onder verwijzing naar de brief van Rijkswaterstaat van 2 december 2010 (…), voldoende aannemelijk gemaakt dat de compenserende maatregelen door Rijkswaterstaat pas worden vastgesteld nadat Portsight de omgevingsvergunning heeft aangevraagd, zodat, nu niet is gebleken dat die aanvraag vóór het transport was ingediend, de stelling van Portsight in de toelichting van grief 3, dat zij niet heeft te dulden dat de betreffende last pas na de levering van het bouwterrein door [verweerster] zou worden weggenomen, feitelijke grondslag mist.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d413cd9aa54c770c3d8057641b11ba0e05f6011d18e4c1f3527e595672a49c72. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d413cd9aa54c770c3d8057641b11ba0e05f6011d18e4c1f3527e595672a49c72, en de alinea staat in dat document op bytes 20589 tot 21429.