Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 september 2014

Onder 6.6 Parket bij de Hoge Raad 26 september 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 september 2014, ECLI:NL:PHR:2014:1809.

Uit deze considerans blijkt onomwonden dat [eiser] geenszins de bedoeling had geld te lenen aan de dochter van [verweerder] c.s., maar dat het doel van de Overeenkomst was om zijn liquide middelen buiten het bereik van zijn schuldeisers te brengen en daarover zelf de beschikking te houden. Nu de overeenkomst ten doel had de liquide middelen van [eiser] te onttrekken aan het verhaal van zijn schuldeisers, is de Overeenkomst naar het voorlopig oordeel van het hof door haar strekking in strijd met de goede zeden en daarmee nietig op grond van artikel 3:40 lid 1 BW. Immers, door de vermelding van de reden voor het aangaan van de Overeenkomst in de considerans, waren de bedoelingen die [eiser] met de Overeenkomst had en de gevolgen die de Overeenkomst voor de schuldeisers van [eiser] zou hebben ook kenbaar voor de dochter van [verweerder] c.s.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5fe4977d2e0ff76a933191136db05e7ac033bb1532417e7ffa01abbf237ad1f3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5fe4977d2e0ff76a933191136db05e7ac033bb1532417e7ffa01abbf237ad1f3, en de alinea staat in dat document op bytes 19885 tot 20748.