Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 september 2014
Onder 2.4 Parket bij de Hoge Raad 26 september 2014
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 september 2014, ECLI:NL:PHR:2014:1809.
Het in het contractenrecht geldende beginsel van contractsvrijheid vindt krachtens art. 3:40 BW haar begrenzing in de wet, de goede zeden en de openbare orde. Op grond van het eerste lid van deze bepaling is een rechtshandeling nietig indien zij door inhoud of strekking in strijd is met de goede zeden of de openbare orde. Hierbij gaat het om in een maatschappij als fundamenteel ervaren normen van ongeschreven recht. Deze kunnen in de loop van de tijd veranderen. Bij de goede zeden staat de moraliteit centraal (wat behoort), bij de openbare orde met name de wijze waarop de maatschappij is ingericht. Bij de invulling van de open norm “strijd met de goede zeden” zal de rechter zich laten leiden door objectieve aanknopingspunten, zoals verdrags- en wetsbepalingen, rechterlijke beslissingen, algemene rechtsbeginselen en rechtsovertuigingen. Tussen beide toetsingsgronden wordt wel onderscheiden, maar geen scherp onderscheid gemaakt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5fe4977d2e0ff76a933191136db05e7ac033bb1532417e7ffa01abbf237ad1f3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5fe4977d2e0ff76a933191136db05e7ac033bb1532417e7ffa01abbf237ad1f3, en de alinea staat in dat document op bytes 24150 tot 25363.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5fe4977d2e0ff76a933191136db05e7ac033bb1532417e7ffa01abbf237ad1f3 | shasum -a 256