Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 september 2014

Onder 2.11 Parket bij de Hoge Raad 26 september 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 september 2014, ECLI:NL:PHR:2014:1809.

Ik meen dat de bepleite aansluiting bij voormelde gezichtspunten het wezenlijke verschil tussen de respectieve invalshoeken van de leerstukken van de onzedelijke overeenkomst enerzijds en die van de pauliana en de onrechtmatige daad anderzijds miskent. Immers bij die laatste figuren ligt het vertrekpunt bij de benadeling van crediteuren: voor zover daarvan daadwerkelijk sprake is, kan deze – onder bepaalde voorwaarden – ongedaan worden gemaakt. Daarbij is niet nodig dat de rechtshandeling is verricht met de bedoeling de schuldeisers te benadelen. De handeling wordt niet zo onoorbaar geacht dat nietigheid van rechtswege op haar plaats is: de sanctie is slechts vernietigbaarheid resp. schadevergoeding. Bij het leerstuk van de onzedelijke overeenkomst ligt het vertrekpunt echter bij de intenties c.q. het bewustzijn van partijen. Deze maken de overeenkomst van rechtswege nietig, ongeacht of het beoogde effect wordt gerealiseerd. Naar mijn mening geeft het met subonderdeel 1.1 bestreden oordeel van het hof dan ook niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5fe4977d2e0ff76a933191136db05e7ac033bb1532417e7ffa01abbf237ad1f3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5fe4977d2e0ff76a933191136db05e7ac033bb1532417e7ffa01abbf237ad1f3, en de alinea staat in dat document op bytes 32244 tot 33468.