Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 september 2014

Onder 2.14 Parket bij de Hoge Raad 26 september 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 september 2014, ECLI:NL:PHR:2014:1809.

Volgens subonderdeel 2.1 is de lezing van het hof van de gedingstukken onbegrijpelijk indien het hof deze stelling van [eiser] daar niet in heeft gelezen , mede omdat [verweerder] c.s. de stelling van [eiser] wel zo hebben begrepen. Subonderdeel 2.2 veronderstelt dat het hof de stelling van [eiser] rechtens niet van belang acht in het kader van de toepassing van de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid (art. 6:2 lid 2 en 248 lid 2 BW) en klaagt het oordeel van het hof daarmee getuigt van een onjuiste rechtsopvatting.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5fe4977d2e0ff76a933191136db05e7ac033bb1532417e7ffa01abbf237ad1f3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5fe4977d2e0ff76a933191136db05e7ac033bb1532417e7ffa01abbf237ad1f3, en de alinea staat in dat document op bytes 34963 tot 35719.