Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 september 2014
Onder 2.5 Parket bij de Hoge Raad 19 september 2014
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 september 2014, ECLI:NL:PHR:2014:1813.
De bank die de garantie heeft verleend, mag in beginsel erop vertrouwen dat het betalingsverzoek te goeder trouw wordt gedaan door de begunstigde en dat op grond daarvan de betaling kan worden verricht. Een kennelijk bedrieglijk, willekeurig dan wel frauduleus verzoek om uitbetaling onder de bankgarantie van de begunstigde brengt echter mee dat de betaling niet behoeft te worden verricht. Het betreft de situatie dat wel aan alle voorwaarden voor betaling op grond van de bankgarantie is voldaan en derhalve de begunstigde strikt conform de voorwaarden van de garantiebepaling heeft geclaimd, maar desondanks wordt geoordeeld dat de bank niet dient te betalen op grond van fraude van de zijde van de begunstigde. In zijn conclusie vóór het reeds aangehaalde arrest van de Hoge Raad van 25 september 1998 heeft A-G Bakels het aldus verwoord:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dc3211c4e9d6d730c08f08d570245f8af46ffeacf6b16f13a44ea89003d18299. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dc3211c4e9d6d730c08f08d570245f8af46ffeacf6b16f13a44ea89003d18299, en de alinea staat in dat document op bytes 17335 tot 18321.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dc3211c4e9d6d730c08f08d570245f8af46ffeacf6b16f13a44ea89003d18299 | shasum -a 256