Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 september 2014
Onder 23.7.2. Parket bij de Hoge Raad 26 september 2014
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 september 2014, ECLI:NL:PHR:2014:1816.
Wat betreft de vraag wie van partijen in de proceskosten moet worden veroordeeld overweegt het hof het volgende. In eerste aanleg zal het hof de proceskosten tussen partijen compenseren, zoals de rechtbank deed. Alles bijeen genomen komt aan [eiser] in hoger beroep een bedrag van omstreeks € 34.000,-- meer toe dan hem in eerste aanleg is toegewezen. De vordering van [eiser], met name wegens arbeidsvermogensschade, beliep anderzijds een veelvoud van het hem thans toe te wijzen bedrag, zodat een groot deel van zijn vordering wordt afgewezen. Het hof zal daarom [eiser] als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij veroordelen in de proceskosten in hoger beroep, zoals in het tussenarrest van 2 augustus 2011, r.o. 13.8.8, aangekondigd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b99eec0ed441b76193740f7c23489cd29dca3c156304b7dbc8251242dd095312. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b99eec0ed441b76193740f7c23489cd29dca3c156304b7dbc8251242dd095312, en de alinea staat in dat document op bytes 67955 tot 68715.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b99eec0ed441b76193740f7c23489cd29dca3c156304b7dbc8251242dd095312 | shasum -a 256