Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 september 2014

Onder 5.38 Parket bij de Hoge Raad 26 september 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 september 2014, ECLI:NL:PHR:2014:1816.

Zelfs wanneer we toe zouden komen aan hetgeen in rov. 23.4 staat na “Daar komt bij”, verliest [eiser] uit het oog dat voor het Hof niet relevant was of [eiser] al dan niet zelf deskundig was op het gebied van de litigieuze berekeningen. Waar het in ’s Hofs visie om gaat is dat hij schier eindeloos (zowel in tijd als qua hoeveelheid geproduceerd papier) is blijven hameren op al door het Hof afgesloten kwesties. Ook wanneer [eiser] het niet eens was met de benadering van het Hof had hij moeten aanvaarden dat goede zin miste en uit een oogpunt van een efficiënte en qua kosten binnen redelijke perken blijvende procedure minder wenselijk was om telkens opnieuw de fiolen van zijn toorn uit te storten. De geëigende weg om dat te doen was geweest aan het Hof vragen om openstelling van tussentijds cassatieberoep of wachten totdat, na het eindarrest, cassatieberoep kon worden ingesteld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b99eec0ed441b76193740f7c23489cd29dca3c156304b7dbc8251242dd095312. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b99eec0ed441b76193740f7c23489cd29dca3c156304b7dbc8251242dd095312, en de alinea staat in dat document op bytes 108641 tot 109551.