Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 oktober 2014
Onder 7.23 Parket bij de Hoge Raad 10 oktober 2014
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 oktober 2014, ECLI:NL:PHR:2014:1825.
De klacht van onderdeel 3.11 is gegrond. Het oordeel dat de ‘werkelijke waarde’ bepaald dient te worden op basis van afzonderlijke veronderstelde verkooptransacties en niet, althans niet noodzakelijkerwijs, op basis van een koop van al het onteigende ineens, geeft blijk van een onjuiste rechtsopvatting omtrent de maatstaf van art. 6:9 lid 1 Wft. Het oordeel miskent daarmee dat art. 6:9 lid 1 Wft uitgaat van een veronderstelde koop tussen de onteigende als redelijk handelende verkoper en de onteigenaar als redelijk handelende koper, dat deze partijen bij het bepalen van hun prijs uitgaan van het toekomstperspectief dat de financiële onderneming gehad zou hebben indien er geen onteigening zou hebben plaatsgevonden, en dat partijen hun prijs daarbij primair afleiden uit de geschatte waarde van de financiële onderneming en uit de verwachte mogelijkheden van de financiële onderneming om aan haar verplichtingen te voldoen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b18d18c16b7960da9b8c1623a8c2df411f6f05ec98c47fef35d117f3b33fc112. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b18d18c16b7960da9b8c1623a8c2df411f6f05ec98c47fef35d117f3b33fc112, en de alinea staat in dat document op bytes 161861 tot 162812.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b18d18c16b7960da9b8c1623a8c2df411f6f05ec98c47fef35d117f3b33fc112 | shasum -a 256