Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 oktober 2014
Onder 10.18 Parket bij de Hoge Raad 10 oktober 2014
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 oktober 2014, ECLI:NL:PHR:2014:1825.
Deze klacht is ongegrond. Ten eerste merk ik op dat in deze procedure, in elk geval na vernietiging van de bestreden beschikking, niet vaststaat dat bij het bepalen van de ‘werkelijke waarde’ als bedoeld in art. 6:9 lid 1 Wft niet uitgegaan moet worden van een scenario waarin SNS Bank en/of SNS Reaal failliet zouden zijn verklaard. Ten tweede zal ook een toekomstperspectief waarbij een financiële onderneming (vooralsnog) opereert als ‘going concern’, in de regel inhouden dat er een bepaald risico bestaat dat de onderneming haar betalingsverplichtingen niet zal nakomen. Met name bij de waardering van schuldvorderingen die pas op langere termijn opeisbaar worden, zal het achtergestelde karakter van de vordering in een dergelijk geval dan ook wel degelijk een relevant zijn bij het bepalen van de ‘werkelijke waarde’ als bedoeld in art. 6:9 lid 1 Wft.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b18d18c16b7960da9b8c1623a8c2df411f6f05ec98c47fef35d117f3b33fc112. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b18d18c16b7960da9b8c1623a8c2df411f6f05ec98c47fef35d117f3b33fc112, en de alinea staat in dat document op bytes 247064 tot 247983.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b18d18c16b7960da9b8c1623a8c2df411f6f05ec98c47fef35d117f3b33fc112 | shasum -a 256