Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 oktober 2014

Onder 12.7 Parket bij de Hoge Raad 10 oktober 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 oktober 2014, ECLI:NL:PHR:2014:1825.

Uitgangspunt is dat een 403-verklaring zoals die in de onderhavige procedure aan de orde is, een niet tot een bepaalde partij gerichte eenzijdige rechtshandeling is op grond waarvan rechtstreeks aansprakelijkheid van de moedermaatschappij ontstaat. Een partij kan jegens de moedermaatschappij geen recht ontlenen aan art. 2:403 BW, maar uitsluitend aan de door deze gedeponeerde verklaring. Wat de verklaring in een concreet geval inhoudt, moet worden vastgesteld door uitleg daarvan (zie HR 28 juni 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE4663, NJ 2002/447, rov. 3.4.2-3.4.3 (Akzo Nobel/ING)). Ook de vraag welke verweren de moedermaatschappij (in dit geval: SNS Reaal) aan de crediteur kan tegenwerpen, dient beantwoord te worden op basis van de inhoud van de gedeponeerde verklaring. In de onderhavige procedure is niet vastgesteld dat de 403-verklaring van SNS Reaal inhoudt dat achtergestelde schuldeisers van SNS Bank slechts aanspraak kunnen maken op betaling door SNS Reaal indien alle concurrente schuldeisers van SNS Bank volledig voldaan kunnen worden. De klachten van onderdeel 2 missen derhalve deugdelijke grond.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b18d18c16b7960da9b8c1623a8c2df411f6f05ec98c47fef35d117f3b33fc112. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b18d18c16b7960da9b8c1623a8c2df411f6f05ec98c47fef35d117f3b33fc112, en de alinea staat in dat document op bytes 258943 tot 260066.