Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 augustus 2014

Onder 2.5. Parket bij de Hoge Raad 29 augustus 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 augustus 2014, ECLI:NL:PHR:2014:1826.

De rechtbank heeft, blijkens haar aangehaalde overweging, onmiskenbaar het oog op de maatstaf van HR 23 september 2005: in zoverre mist de rechtsklacht feitelijke grondslag. De rechtbank is klaarblijkelijk van oordeel dat bij betrokkene niet slechts sprake is van de door haar genoemde verslavingen, maar ook dat de afhankelijkheid van deze middelen gepaard gaat met een stoornis van de geestvermogens van een zodanige ernst dat het denken, voelen, willen, oordelen en doelgericht handelen daardoor worden beïnvloed, in die mate dat de stoornis de gevaarvolle daden van de betrokkene overwegend beheerst. Dat oordeel is feitelijk van aard. De vraag of dat oordeel toereikend is gemotiveerd, komt aan de orde in de klacht onder b.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dbcf26efb165e8f3357932f0805d2a2ec68057dbdcc248b730bdef76ff04af01. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dbcf26efb165e8f3357932f0805d2a2ec68057dbdcc248b730bdef76ff04af01, en de alinea staat in dat document op bytes 14813 tot 15556.